li-chrysopa-carnea-adult.jpg

Chrysopa

Paprikateelt start op, denk aan de biologische gewasbescherming!

De eerste paprikaplanten gaan er weer in. Het is nu de vraag of je chemisch begint en welke inzetstrategie je gaat hanteren.


Schoon eindigen = schoon beginnen.

Ieder bedrijf heeft te maken met andere omstandigheden vanuit de vorige teelt, denk bijvoorbeeld aan het tomatenbronsvlekken virus, de Nezara wants, trips, meeldauw, luis of rups. Dit betekent dat de begin aanpak per teler sterk verschillend is. Belangrijk is dat de kas goed gereinigd wordt, hier ligt de basis, chemisch voorspuiten kan dan een keuze zijn. Zeker bij grotere problemen in de vorige teelt is dit belangrijk om het komende jaar problemen te ondervangen.


De teeltstrategieën worden vaak afgestemd met teeltbegeleiders en samen met de kwekers stemmen wij de plannen rondom de geïntegreerde gewasbescherming af.


Start van de teelt:

De meeste telers beginnen met het spuitschema dat van tevoren besproken is met de Biobest adviseur. Het is belangrijk om met je Biobest adviseur de toepassingstechnieken te bespreken en ook de omstandigheden waaronder de middelen worden toegepast. Hier kunnen weleens verrassende conclusies worden getrokken die bepalend kunnen zijn voor een goede start van de teelt.


Het eerste spuitschema is meestal gebaseerd op breedwerkende insecticiden en zorgt ervoor dat u schoon eindigt en daarmee ook schoon begint aan de nieuwe teelt. De eerste bespuitingen zijn vaak gebaseerd op een middel van de werkzame stof abamectine, aangevuld met middelen tegen luizen, rupsen en wantsen.


Vervolgens is het belangrijk dat er voldoende vangplaten opgehangen worden. Vangplaten zijn essentieel in de biologische bestrijding van plagen, omdat men ze op de wijze vroeg kan signaleren. Wanneer er het jaar daarvoor veel meeldauw is geweest, is het ook belangrijk om te starten met het gebruik van zwavel zodra er opgestookt wordt in de teelt.

Inzet van biologische bestrijders

Na deze eerste stappen wordt bekeken welke strategie het beste gekozen kan worden ten aanzien van de biologische bestrijders en biopesticiden.


Allereerst is het belangrijk om preventieve maatregelen te treffen. Zo adviseren wij om tijdens de start van de teelt Asperello T34 Biocontrol toe te passen, zodat het gewas beschermd is tegen bodemschimmels zoals Fusarium en Oömyceten zoals Pytium en phytophtora. Daarnaast is het belangrijk om roofmijten op het juiste moment uit te zetten zodat ze zich goed in het gewas ontwikkelen.


Keuze van de roofmijt

Dat verschilt per bedrijf. De oude vertrouwde N. cucumeris heeft nog steeds haar toegevoegde waarde, zeker in combinatie met I. degenerans. Met deze 2 soorten roofmijten heb je al vroeg een populatie roofmijten die de trips-larven aanpakken. En als I. degenerans opgebouwd is in het gewas is er een goede aanpak van diverse andere plagen. A. swirskii wordt nog steeds gebruikt en is ook een goede roofmijt om larven van trips aan te pakken. Deze roofmijtsoort heeft wel de reputatie ook de spintroofmijt Phytoseiulus en galmuggen in de weg te zitten en is daarom niet bij ieder bedrijf geliefd, zeker niet als men altijd spint- of luisproblemen kent. T. montdorensis is vergeleken met de andere roofmijten een nieuwkomer, maar zeker geen verkeerde. Deze roofmijt is goed in staat om meerdere plagen aan te pakken en zit ook lager in het gewas. Bij hete zomers kruipen de meeste roofmijtsoorten lager in het gewas weg, met de uitzondering van I. degenerans die vaak overal in het gewas nog te vinden is, ook bovenin en zich daar tegoed doet aan wittevlieg, trips en spint aantastingen.


Afbeelding vlnr: A. Swirskii, T. Montdorensis en I. Degenerans


Omdat we de roofmijtsoorten A. swirskii, T. montdorensis en I. degenerans uitstekend kunnen bijvoeren met Nutrimite™, zijn we in staat om al voor de bloei deze roofmijten te introduceren. N. cucumeris zal van het bijvoeren ook profiteren. Dit is noodzakelijk om een zo groot mogelijke populatie roofmijten op te bouwen. Hierdoor zal er voldoende roofmijt zijn om trips-eieren en jonge larven op te eten wanneer een tweede golf trips in het gewas komt. Hierdoor kan de trips niet meer door ontwikkelen en zijn we minder afhankelijk van de roofwants Orius die meer tijd nodig heeft om zich goed te vestigen. Dit is ook belangrijk in onze strijd tegen de schadelijke wants Nezara. Alles wat we doen tegen Nezara, werkt ook negatief tegen de roofwantsen Orius en Macrolophus.


Kort samengevat: Zorg ervoor dat de omstandigheden ideaal zijn voor het ontwikkelen van de roofmijten.