Nu de basis leggen voor de tweede teelt in komkommer!

Bij veel komkommerbedrijven loopt de eerste teelt naar het einde toe. Op de meeste bedrijven is deze eerste teelt niet echt spannend betreft de plaag- en ziektebestrijding. Dit kan snel veranderen in de volgteelt! Aanwezige plagen die de teeltwissel overleefd hebben en nog in de kas aanwezig zijn, zullen in korte tijd de jonge planten gevonden hebben en kunnen zich dan in deze tijd van het jaar in een razend tempo gaan vermeerderen, wat we moeten zien te voorkomen.

In de eerste teelt wordt de basis gelegd voor het slagen van de biologische bestrijding in de tweede teelt. Probeer de plaagdruk op een laag niveau te krijgen of te houden voor het wisselen.

Wanneer kort voor de teeltwissel spint gevonden wordt, wordt dan in de meeste gevallen geen Phytoseiulus en Feltiella meer ingezet, maar gekozen voor een correctie. Bij tussenplanten zou er nog wel ingezet kunnen worden. Overgebleven spint zal zich in korte tijd gaan tonen in de jonge planten; zodra dit het geval is, zal er snel Phytoseiulus (en Feltiella) ingezet moeten worden.


Voor de bestrijding van wittevlieg en trips is het altijd belangrijk om tot het einde van een teelt een sterke populatie roofmijten (Swirskii of Montdorensis) in het gewas te hebben. Er zijn verschillende manieren om dit te realiseren; d.m.v. regelmatig nieuwe kweekzakjes inhangen, los materiaal verstrooien of verblazen en bijvoeren van de bestaande populatie met bv. Nutrimite®. Er zijn meerdere bedrijven die al roofmijten bij de plantenkweker laten inzetten. Maar dan worden kort na het planten wel weer nieuwe roofmijten bijgezet. Wanneer er wittevlieg wordt waargenomen in de nieuwe teelt (op signaalplaten of in gewas), dan ook enkele weken sluipwespen (Encarsia en/of Eretmocerus) inzetten.

Bladluis is in de meeste gevallen nog niet gezien in de eerste teelt. Maar later in de tweede teelt zal het zeker binnenkomen (door invlieg). Er zijn vorig jaar na het wegvallen van het middel Plenum al veel goede ervaringen opgedaan met (preventief) inzetten van de sluipwesp Aphidius colemani en/of de galmug Aphidoletes aphidimyza tegen bladluis.


Betreft ziektedruk; momenteel nog weinig meeldauw. Het voorkomen of bestrijding van meeldauw zal in de volgteelt wel weer een aandachtspunt zijn. Zo ook het voorkomen van Pythium; door de goede resultaten van Asperello® (Trichoderma asperellum) zijn er al veel bedrijven dit gaan toepassen. Voor een goede en langdurende werking is het raadzaam om een toepassing van Asperello® iedere 8 weken te herhalen.

Voor meer informatie kunt u uw Biobest adviseur raadplegen.

Meer nieuws

Biobest Nederland

Leehove 31

2678 MA De Lier

Telefoon: 0174 752 250

E-mail: csnl@biobestgroup.com