Biologische gewasbescherming in de boomkwekerij

Biologische gewasbescherming is in de boomkwekerij nog geen gemeengoed, maar de belangstelling en de vraag groeien, door intrinsieke motivatie of simpelweg omdat de keuze in chemische middelen kleiner wordt en de eisen van afnemers hoger. Roofmijten tegen spint en trips, vangplaten, sluipwespen, nematoden: in de (verwarmde) kassenteelt is men al jaren vertrouwd met het gebruik van beestjes tegen specifieke plagen.


Bij boomkwekerijen ligt dat anders. Dat heeft verschillende redenen, en niet de minst belangrijke daarvan is het microklimaat. De inzet van biologie, zoals het hele pakket van maatregelen en bestrijders wordt genoemd, is eenvoudiger in verwarmde kassen, maar die zijn er in de boomkwekerij niet of amper. Dat hoeft geen belemmering te zijn

Voorkomen in plaats van bestrijden

Wil je als boomkwekerij biologie inzetten, dan zit de belangrijkste verschuiving in anders gaan denken. Chemische bestrijdingsmiddelen worden ingezet op het moment dat er een probleem is; een biologisch systeem bouw je juist op voordat er zich een plaag aandient. De aardbeienteelt is veel verder met de inzet van natuurlijk vijanden. De boomkwekerij volgt deze ontwikkelingen. Dat komt onder andere doordat het aantal middelen dat gebruikt mag worden kleiner wordt. En ook de maatschappij vraagt om minder middelengebruik.

Welke soort roofmijt, wanneer, hoeveel, hoe moet je ze uitzetten, er komt van alles bij kijken. Wanneer een plaag ineens explodeert, red je het niet met biologisch alleen. Corrigeren met een chemisch of biologisch middel kan dan nodig zijn. Er is inmiddels een aantal chemische bestrijdingsmiddelen, de zogenoemde geïntegreerde middelen, die de predatoren in leven laten en het biologisch systeem redelijk in stand houden, zodat je niet opnieuw hoeft te beginnen.' De meeste bomen en planten worden nog steeds niet opgegeten; daarom hebben we in de boomkwekerij nog weinig van doen met MRL-eisen (MRL staat voor "maximale residulimiet"). In de groenteteelt is dat juist een belangrijk criterium voor de inzet van biologische bestrijders. Daarom kijken ook boomkwekers steeds meer naar andere manieren van telen. Vergeleken met de glastuinbouw is het nog slechts een fractie die biologie inzet. Dat komt ook doordat het in de boomteelt wat lastiger is. Er wordt niet gestookt, terwijl het gros van de biologische bestrijders een wat hogere etmaaltemperatuur nodig heeft om succesvol te zijn. Toch zijn er zeker mogelijkheden. Er is de laatste twee, drie jaar wel een toename te zien in de vraag naar biologie. De markt verwacht zelf dat er de komende drie jaar nog meer chemische middelen zullen verdwijnen. Maar het is belangrijk dat er een gezond middelenpakket beschikbaar blijft voor de boomkwekerij, voor het geval er toch opgetreden moet worden tegen een ziekte of plaag. Ook al willen we alles graag zo natuurlijk mogelijk oplossen.'

Begeleiding in het begin Begeleiden en ondersteunen van kwekers die een eerste stap willen zetten naar biologische bestrijding is een vereiste. Je bouwt een biologisch systeem op, stap voor stap. Begin eens gewoon met één kas of één teelt. Het ene gewas is gevoeliger voor plagen dan het andere.


Mijten Roofmijten zijn er in diverse soorten. Amblyseius andersoni wordt vaak ingezet in het begin van het seizoen. In de zomer wordt meestal Neoseiulus californicus ingezet; die eet zo'n beetje alles. Het voordeel van zowel Neoseiulus californicus als Amblyseius andersoni is dat ze kunnen gedijen in uiteenlopende omstandigheden, zoals bij een lagere temperatuur en luchtvochtigheid. Wel hebben beide mijten een plaats in het gehele systeem. Het zijn inheemse roofmijten die beter tegen het Nederlandse klimaat kunnen. In veel glastuinbouwteelten kunnen roofmijten overleven op stuifmeel wanneer er geen plaag heerst; in de boomteelt overleven ze alleen wanneer er een plaag is. Daarvoor worden dan andere voedingsbronnen zoals stuifmeel (NutrimiteTM) ingezet. Geïntegreerd systeem

Je moet doen waar je goed in bent, is scouten en biologie in de kas niet je ding, stel dan een medewerker aan die erin geïnteresseerd is en het wil oppakken. Want het vergt aandacht. Heb je geen kas, dan heb je ook minder hinder van spint en trips. Dan is het zaak om heel zware middelen bij de bestrijding achterwege te laten. Want er zijn wel natuurlijke bestrijders aanwezig, ook buiten. Het goedkoopste middel kan het duurste zijn, want het maakt ook kapot wat je niet kapot wilt hebben. Wil je een stap zetten naar bio, breng dan voor jezelf de processen helder in kaart en bouw de behandeling stap voor stap op. Begin bijvoorbeeld met spintbestrijding door middel van roofmijten of galmuggen. Ga daarna aan de slag met trips en daarna met luis. Alles in één keer is bijna niet haalbaar

Meer nieuws

Biobest Nederland

Leehove 31

2678 MA De Lier

Telefoon: 0174 752 250

E-mail: csnl@biobestgroup.com