Biologische bestrijders doen goed hun best in de Westlandse druiventeelt

In het Westland worden al jaren druiven geteeld onder glas. Plagen, zoals, trips, wolluis, spint en taxuskever kunnen de druiven aantasten.

Roofmijten vormen de basis van trips- en spintbestrijding

Preventief hangen we vangplaten om te monitoren welke plagen zullen voorkomen. In druiven onderschatten we vaak hoeveel tripsen er in de kas aanwezig kan zijn. Na het ophangen van de platen kan je het aantal plagen erop tellen en precies bepalen hoe hoog de infectiedruk is. Als er trips waargenomen wordt wanneer de temperatuur stijgt, adviseren we om zakjes van roofmijten op te hangen. Onze voorkeur gaat naar zakjes Swirskii-breeding-System omdat deze roofmijtsoort (Amblyseius swirskii) is uiterst geschikt ter bestrijding van tripslarven en pakt ook nog wat spint mee, of, kies voor Amblyseius (cucumeris) Breeding system omdat A. cucumeris beter presteert in het vroege en koele voorjaar dan A. swirskii.


In de zomer, als de druiventrossen al aan de bomen hangen, zie je vaak (zwarte) tripsen in de jonge scheuten bovenin de kas. Daartegen introduceren we de roofwantssoort Orius.

Ter bestrijding van spint gebruiken we preventief Andersoni-breeding-System. Deze roofmijtsoort kan al vroeg in het seizoen spintmijten in de eerste kleine haarden aanvallen. Wordt er meer spint waargenomen dan is het tijd om ook de specialistische spintbestrijder Phytoseiulus persimilis te introduceren. Als de roofmijten lastig zijn om op het (verticale) blad te strooien kun je ervoor kiezen om op verschillende plekken Bioboxen op te hangen en hier Phytoseiulus in te doen. Vervolgens lopen de roofmijten vanzelf het gewas in.







Ook tegen lastig te bestrijden plagen zijn er mogelijkheden

Ook zijn wolluis en taxuskever hardnekkige plagen in druiven. Tegen wolluis is het mogelijk om de roofkever Cryptolaemus-system in te zetten. Deze bestrijder gaat actief op zoek naar wolluizen om deze te verorberen. Ook het larvale stadia van dit insect is in staat om veel wolluizen te eten.

Tegen de taxuskever gebruiken we aaltjes. Het advies is om de aaltjes in te broezen rondom de plek waar de stammen de grond uit komen. Het aaltje Heterorhabditis bacteriophora bestrijdt uitermate goed de larven van de kever als we een dosering van 500.000 stuks per m2 hanteren. Het product kan toegepast worden vanaf een bodemtemperatuur van 5°C.

Meer nieuws